Tag archieven: Lake Kussharo

Japan 1

Dinsdag 16 oktober

Om 11:30 uur zijn we in hal 2 om in te checken voor onze vlucht naar Sapporo, maar de self-check-in werkt niet mee: Sapporo wordt niet herkend. We vragen een dame in blauwe KLM-kledij om hulp, maar ook zij komt niet verder dan Osaka. Dat begint lekker. Volgens deze lady-in-blue zou het wel goed komen bij haar collega bij de bagage drop-off.
Die collega was minstens zo vriendelijk, maar ook zij kreeg ons niet voorbij Osaka. ‘Jullie moeten in Osaka door de douane, bagage van de band halen en opnieuw inchecken voor Sapporo’, zegt ze! Maar we hadden juist 1 ticket naar Sapporo gekocht om dat gedoe te voorkomen. Even later bevestigt haar supervisor dat dit gebruikelijk is als je via Osaka vliegt; hadden we dat geweten……

Als de stoom uit onze oren een beetje is weggetrokken, lopen we door de douane- automaat en gaan zitten bij Amsterdam Bread voor een lekkere bruine boterham met een bakkie koffie. Inmiddels is Rene bij ons aan tafel komen zitten en we vertellen hem over de gang van zaken bij het inchecken en ook hij vind dit vreemd.
Gelukkig hebben we 5 uur overstap-tijd in Osaka en kunnen we die tijd nu nuttig besteden; elk nadeel heb z’n voordeel!

Om 14:55 uur start de stewies met het boarden en in het vliegtuig gaan wij op zoek naar rij 19. Op stoel G heeft een Japanse vriend zich al geïnstalleerd en wij doen hetzelfde op stoel D en E, althans dat dachten we. Een paar minuten later staat een tweetal Japanners schaapachtig naar onze stoelen te kijken; we blijken niet op rij 19 ter zitten, maar op rij 20. We pakken onze spullen op gaan een rijtje naar voren, waar ons een verrassing wacht: een moeder met een kind van nog geen jaar op stoel G! Dat belooft een gezellige vlucht te worden.
Moeders vraagt bij een stewie of er misschien nog ergens een dubbel plekkie vrij is voor haar en het jochie, maar zonder ook maar rond te kijken blaft de stewie: ’the plane is full’.

Inmiddels heeft gezagvoerder Dellevoet ons verteld dat hij maar 10 uur en 25 minuten nodig heeft voor de 9532 km. Máár 10 uur en 25 minuten naast dat kleine jochie…… Hopelijk is het schattige Japanse jochie een lief kind!
Als we de waddeneilanden nog maar net achter ons gelaten hebben, komt de purser de situatie redden. Ze heeft 2 individueel reizende passagiers gevonden die 3 stoelen tot hun beschikking hebben. Één van hen wil wel ruilen met moeders en het jochie zodat iedereen dan een eigen stoel heeft en wij niet langer hoeven te vrezen dat het jochie een huiler zal zijn.

Woensdag 17 oktober

De nachtelijke uren kruipen voort en ergens boven Rusland gaat de dinsdag over in woensdag. Net als we eindelijk de slaap lijken te gaan vatten, komen de stewies met hun karretjes het ontbijt serveren. Ach, we kunnen nog genoeg slapen deze vakantie.
Om 08:32 uur zet Dellevoet de Dreamliner aan de grond op Osaka International Airport (KIX). Het toestel stroomt snel leeg en we gaan met de massa mee om de Douane formaliteiten te ondergaan. Normaal gesproken zou je in de transitruimte wachten op de volgende vlucht, maar blijkbaar gaat dat bij een vlucht naar Japan anders. Als we bij de tweede balie ook ons visumzegeltje in het paspoort krijgen, zijn we officieel ingeklaard.

We hebben een overstap van 5 uur en die willen we nu ook optimaal benutten. We crossen eerst met bagagekarretje naar de JR Information om daar onze railpass op te halen. Dit verloopt soepeltjes en we besluiten ook gelijk de stoelen voor de treinreis van a.s. zondag te reserveren. Dit blijkt geen overbodige luxe, want zowel de bullettrain naar Tokyo, als de bullettrain naar Kyoto zit al behoorlijk vol.
Daarna checken we onze bagage in voor de vlucht naar Sapporo en tanken we wat Yens uit een ATM. Bij McCafe verwennen we onszelf daarna met een hete cappuccino.
Na dit lekkere bakkie gaan we naar de Lawson om te kijken of ze daar een simcard verkopen. Dat blijkt het geval te zijn en om 11:15 hebben we dan alle klusjes die we eigenlijk voor Sapporo hadden gepland, al achter de rug.

We nemen nog even een voorproefje van de Japanse keuken en gaan dan door de security-check voor onze vlucht naar Sapporo. Het vliegtuig van ANA is wat aan de late kant, maar als de 737 dan eindelijk aan de slurf gekoppeld is gaat het heel snel. Om 14:20 uur gaat de bemanning boarden, om 14:30 uur gooit de piloot hem al in z’n achteruit en om 14:40 uur komen de wielen al los van de startbaan. Tot onze grote vreugde vertelt de piloot dat de vlucht maar 1 uur en 25 minuten zal duren en voor we het weten staan we al bij de bagageband van Shin-Chitose Airport.

De rugzakken komen netjes op de band aanrollen en niet veel later zitten we in de fast-train naar Sapporo. Na 37 minuten stappen we al weer uit op Sapporo Station en lopen we naar de metro die ons in slechts 7 minuten op enkele honderden meters van ons hotel brengt. We zijn dan in totaal bijna 24 uur onderweg geweest,

Nadat we zijn ingecheckt lopen we even langs het autoverhuur bedrijf waar we morgen onze huurauto moeten ophalen. Gelukkig is de reservering goed doorgekomen. Daarna lopen we nog een stukje verder en gaan tevergeefs op zoek naar een restaurantje waar we morgen zouden kunnen ontbijten. Hopelijk zien we morgen wel iets brood-achtigs.
Als we langs een klein Italiaans restaurantje lopen, besluiten we daar wat te gaan eten. Je moet ook niet te hard van stapel lopen met de Japanse cuisine. We zijn allebei best wel moe na zo’n lange dag en om 19:15 gaat het licht in onze slaapkamer uit.

Donderdag 18 oktober

Zo’n eerste nacht verloopt niet helemaal zoals je hoopt. Rond een uurtje of 2 ben je klaar wakker en als om 7 uur de wekker gaat, voelt het alsof je er net in ligt.
We duiken de badkamer in, zetten een bakkie thee en proppen onze spullen weer in de rugzakken. Om 07:30 uur checken we uit en lopen we in 12 minuten naar het autoverhuurbedrijf. De administratieve afhandeling gaat volledig in het Japans en wij antwoorden dan maar gewoon in het Nederlands. Je hoeft mekaar niet te begrijpen om het eens te zijn. Gelukkig krijgen we een Mazda mee, want daar hoeven ze ons niets over uit te leggen!

Tegen 09:30 uur zitten we aan de verkeerde kant van de auto en rijden we aan de verkeerde kant van de weg (volgens de NL-regels, niet de JPN-regels) naar onze eerste bestemming.
We wurmen ons in 20 minuten door het drukke verkeer van Sapporo en gaan de Hokkaido Expressway op. De aangegeven maximum snelheid is nergens boven de 80 km/u, maar daar lijkt niemand zich wat van aan te trekken. Wij gaan mee in de flow.
De omgeving is prachtig; de bomen zijn getooid in hun mooiste herfstkleuren. Een prachtige Indian Summer, hoewel de weersomstandigheden er een Indian Autumn van maken. Het regent af en toe een beetje en af en toe een beetje meer.

De navigatie doet waar het voor gemaakt is en om 11:00 uur parkeren we de auto op de parkeerplaats bij het Blue Pond. Tijdens deze rit van tweeëneenhalf uur zijn we maar 1 keer aan het spookrijden geweest (!). Als we bij de Tourist Information vragen waar we moeten zijn, wordt ons in perfect Japans uitgelegd dat we naar de volgende parkeerplaats moeten. We antwoorden met een ‘ach ja natuurlijk’ en rijden de auto een klein stukje verder.
Deze blauwe vijver is ontstaan toen er een dam in de rivier werd gelegd. Hierdoor kwam een stuk bos onder water te staan en de stammen van de bomen steken nu troosteloos uit het water. Dat water is misschien wel het meest bijzondere van de vijver. Het heeft een zachtblauwe kleur met een scheutje melk erdoor. De kleur is ontstaan door de cocktail van mineralen die erin zit.
We lopen een rondje om de vijver en zoeken de beste plek om dit bijzondere verschijnsel vast te leggen. Met veel te veel foto’s en film gaan we terug naar de auto.

Onze volgende bestemming is Asahidake; de heilige berg volgens de Japanners, of eigenlijk volgens de Ainu, de oorspronkelijk bewoners van Hokkaido.
Het is een uur rijden en de omstandigheden worden er niet beter op; we zien zelfs sneeuw liggen op een tegemoetkomende auto. De weg slingert het laatste stuk omhoog en als we de auto op de parkeerplaats zetten, staan we in een grotendeels witte omgeving. Om 12:45 uur nemen we de kabelbaan naar het tussenstation en neemt ons wintersportgevoel nog verder toe. We vragen ons wel af of we onder deze omstandigheden de skiën zouden onderbinden, want hoe dichter we bij het tussenstation komen, hoe slechter het zicht wordt.
Buiten bij het tussenstation blijkt alles onder een laagje sneeuw te liggen en op onze hardloopschoenen is dat best lastig. We lopen een paar honderd meter omhoog, maar als de wolk om ons heen ook nog sneeuw begint te spugen, keren we om.
We wisten dat het 9 maanden per jaar sneeuwt op Asahidake, maar waarom moet het vandaag nou zo slecht zijn.

Weer beneden aangekomen warmen we ons op met een hartige lunch en gaan dan op weg naar de laatste bestemming van vandaag: Sounkyo.
Er zijn meerdere manieren om in Japan met de auto te navigeren: op adres, op telefoonnummer, op map-code en op GPS-coordinaten. Omdat het navigatiesysteem in onze Mazda alleen de GPS coordinaten van het hotel slikte, moesten we het daar maar mee doen. We werden opnieuw de expressway op gestuurd, dus konden lekker opschieten. Rond half 4 uur worden we de expressway weer afgestuurd, maar ons bekruipt het gevoel dat we niet in de buurt van Sounkyo zijn. We parkeren de auto en controleren het navigatiesysteem met Maps.me op de telefoon. Ons vermoeden is juist: helemaal verkeerd! De 60km expressway mogen we nog een keertje doen, in tegengestelde richting.
Tegen vieren begint de zon al behoorlijk rood te kleuren, dus we gaan Sounkyo nooit meer met daglicht bereiken. Dat is jammer, want het laatste stuk over de 39 is een prachtige kloof om doorheen te rijden.

Uiteindelijk komen we rond 17:15 uur bij ons hotel in Sounkyo aan en het is inmiddels pikdonker. We checken in en als we de deur van onze slaapkamer open doen staan we voor het eerst in een ryokan. Een ryokan is een kamer in een soort familiehotel. Overdag staat er een ultra laag tafeltje met twee zitzakken er omheen. Als je wilt gaan slapen, zet je de tafel aan de kant, rol je de futons (dunne matrassen) uit, gooi je er een dekbedje overheen en kun je slapen. Niet het toppunt van comfort, maar wel authentiek. Ook de wc bij zo’n ryokan is heel authentiek; de wc-bril is niet verwarmd! Toch wel vreemd hoe snel je aan dit comfort went

We gaan ‘s-avonds Sounkyo in om een hapje te eten, maar veel keuze is er niet. Er blijkt maar 1 restaurant open te zijn. We kiezen de curry en die is heerlijk. Met onze buikjes gevuld gaan we terug naar de ryokan.

Vrijdag 19 oktober

Als het om de matrassen gaat is zo’n ryokan eigenlijk een ryokannetniet. Daar zijn onze ruggetjes veel te fragile voor. Gelukkig mochten we weer om 07:00 uur opstaan, want we wilden vroeg met de kabelbaan de berg Kurodake op. Het weer is vannacht volledig omgedraaid; er is geen wolkje aan de lucht, dus daar gaan we van profiteren.

Samen met 2 busladingen Chinezen nemen we de kabelbaan om 08:20 uur. Ook nu duurt dat ritje niet langer dan 10 minuten. Normaal gesproken kun je dan nog een stukje verder omhoog, maar de stoeltjeslift is vanwege onderhoud buiten gebruik. We lopen wat rond bij het tussenstation, op zoek naar een wandelroute, maar het gaat hier vooral om de mooie uitzichten en met dit weer is het in alle windrichtingen prachtig. Het is alleen jammer dat de rust af en toe wordt verstoord door een gillende Chinees.

Na ruim een uur zijn we weer beneden en gaan met onze Mazda Axela (in Nederland bekend als Mazda 3) over de 39 richting richting Kitami. Een paar kilometer buiten Sounkyo stoppen we nog even bij O Bako voor een laatste blik op de kloof. Omdat het gisteren al schemerig was toen we in Sounkyo aankwamen, willen we dit spektakel ook nog wel even bij daglicht zien.

Hierna vervolgen we onze weg naar Kitami en gooien in Rubeshibe de tank maar eens vol. Een liter benzine doet hier ongeveer 1,25 euro. Iets verderop stoppen we langs de weg bij wat eetkraampjes en we kunnen ons geluk niet op want voor het eerst kunnen we een bakkie leut bestellen.
Na deze korte pitstop gaan we om Kitami heen en dan naar Bihoro om daar de 243 te nemen naar Lake Kussharo. Dit is niet wat we oorspronkelijk van plan waren, maar we willen niet weer zoveel kilometers in de auto zitten. De omgeving is net als gisteren weer fantastisch kleurrijk, maar door de bijdrage van de zon, krijgt vandaag een hoger cijfer.

De weg naar Lake Kussharo begint na zo’n 20km behoorlijk te klimmen en na zo’n 30 km bereiken we de kraterrand boven Lake Kussharo. Hier is een prachtige uitkijkplaats aangelegd, waar wij de auto op de ruime parkeerplaats neerzetten. We klauteren via de brede trappen naar het hoogste punt, waar we een prachtig uitzicht hebben op het vulkaanmeer. Als we het meer vanuit elk hoekje hebben bewonderd, trappen we de auto weer aan en gaan op weg naar het volgende kratermeer.

We passeren onze slaapplek van vanavond en gaan een paar kilometer voor Teshikaga linksaf richting Lake Mashu. Het is inmiddels 13:30 uur, dus we moeten onderweg maar gaan uitkijken naar een plek waar we zouden kunnen lunchen. De afgelopen dagen hebben we gemerkt dat het vinden van een lunchplek helemaal niet meevalt. Via een prachtig WRC-parcours slingeren we richting het kratermeer en net als bij Lake Kussharo zijn de faciliteiten prima in orde. We parkeren de auto en lopen naar het ruime plateau waar we een schitterend uitzicht op Lake Mashu hebben. Net als bij Lake Kussharo gaan we ook hier op zoek naar de beste plek voor een foto, maar het is eigenlijk het mooist om zonder camera minutenlang te genieten van zo’n uitzicht. We rijden dan ook nog even naar viewpoint 2, maar die haalt het niet bij de eerste lokatie. De parkeerwacht bij deze lokatie raadt ons aan om vooral ook bij Io-zan te gaan kijken. We hebben geen idee waar hij het over heeft, maar we sturen de Mazda in de richting die hij aanwijst.

Io-zan blijkt ook een vulkaan te zijn en wel de vulkaan met de hoogste concentratie zwavel in Japan. Dat hoeft niemand je te vertellen, want nog voordat je de auto geparkeerd hebt, zit je neus vol met de lucht van rotte eieren. Het ziet er mooi uit die grijzige vulkaan met plukjes gele zwavel. De stoom stijgt op uit alle hoeken en gaten, wat het plaatje compleet maakt. Dit tafereeltje hadden we gisteren bij Asahidake ook al verwacht, maar daar staken de weergoden een stokje voor.

Na een half uurtje rotte eieren inhaleren gaan we op weg naar onze slaapplek, maar we stoppen nog wel even aan de kant van Lake Kussharo voor een snack en een drankje, want de lunch is er weer eens bij ingeschoten. Om 16:00 uur arriveren we bij onze bed-and-breakfast. Dit keer geen futons, maar bedden met matrassen! Wat een luxe.

Zaterdag 20 oktober

Ook onze laatste dag in Hokkaido begon weer om 07:00 uur. Eerst de kant-en-klare badkamer in. Inmiddels weten we dat dit soort badkamers de standaard zijn; een plastic prefab hok van ongeveer 3 vierkante meter waar ze een bad, een wc en een wastafel in weten te proppen. Je kunt er je kont niet keren en vanwege de beperkte ruimte, is het vrijwel onmogelijk om je af te drogen na het douchen. Fris en fruitig gaan we naar beneden waar we nog een bakkie thee nemen. Dan rekenen we af en gooien de rugzakken weer in de auto.
We rijden eerst naar Teshikaga om te pinnen, want vandaag moeten we nog ruim 200km over de tol-snelweg en dat tikt hier aardig aan.

We rijden eerst over de 241 naar Lake Akan. Deze weg behoort tot de Scenic Roads Hokkaida en dat is niet voor niets. De weg slingert door een heuvelachtig landschap en de bomen op de hellingen laten hun mooiste herfsttooi zien. De Japanners hebben helaas niet veel behoefte aan parkeerplaatsen langs de weg, zodat we (bijna) geen stop kunnen maken om te genieten van de uitzichten. Er zijn er 2 op de weg naar Lake Akan, maar bij de ene staan er dan net te veel bomen voor je neus en de ander is eigenlijk weer te ver weg. Het mag de pret niet drukken; we trappen overal waar het kan op de rem. We worden onderweg steeds gewaarschuwd dat Bambi over kan steken, maar wij hebben haar helaas niet voor de auto gehad.

Iets na 09:30 uur zetten we de auto op de parkeerplaats bij Lake Akan. De parkeerwacht ziet ons over het hoofd, waardoor we weer een paar yen in de zak houden. Japan is een duur land en alle kleine beetjes helpen. De winst geven we overigens gelijk weer uit bij de 7-Eleven aan de overkant waar ze heerlijke, vers gemalen koffie hebben.
Lake Akan is ook een kratermeer, maar heel anders dan de kratermeren die we gisteren gezien hebben. Bij Lake Akan is de kraterrand volledig begroeid met bomen en struiken, waardoor je niet direct in gaten hebt dat het een krater is. Aan de rand van het meer zijn een aantal modderpoelen waar je een ei in kan koken (mocht je daar behoefte aan hebben). We lopen langs de rand van het meer en zien dat er vissers tot hun middel in het water staan. Ze zijn aan het vliegvissen en dat vereist een bijzondere techniek. We blijven even staan kijken, maar zien geen vis uit het water getakeld worden. Hierna lopen we langs het meer tot aan het kleine dorpje Akankokohan en wandelen dan terug naar de auto.

Van Lake Akan gaan we op weg naar Sapporo, maar we kunnen Lake Oneto niet links laten liggen. Dit kleine meer is idyllisch gelegen met Mt. Meakan en Mt. Akan op de achtergrond. We parkeren onze auto aan de rand van het meer en zijn blij dat we deze detour gemaakt hebben. Er is een pad van 2,5 km om het kleine meer en we besluiten het rondje te gaan lopen. Om te voorkomen dat we beren op de weg zien, fluiten we af en toe een deuntje, in de hoop ze op afstand te houden. De Japanners fluiten niet, maar die hebben belletjes om hun nek hangen. Daar kunnen de beren hier blijkbaar ook niet tegen.
Het rondje om het meer blijkt iets minder eenvoudig te zijn dan we dachten. Het is een kruip-door-sluip-door pad waar je steeds moet uitkijken dat je niet over een boomwortel struikelt, of van een wegrottend bruggetje afglijdt.
We voltooien de ronde zonder kleerscheuren en lopen het laatste stukje over de weg terug naar onze auto.

We tikken het telefoonnummer van het autoverhuurbedrijf in Sapporo in op het navigatiesysteem en beginnen aan het laatste stuk van onze autorit. Als we na een paar kilometer op een grindpad terecht komen, vragen we ons af of dat systeem denkt dat we in een terreinwagen rijden. Deze Mazda heeft dan wel AWD, maar 25km over een grindpad zien we niet zitten. We draaien dus snel om en nemen een alternatieve route.
De 40km tot aan de snelweg zijn een genot om te sturen. Het navigatiesysteem stuurt ons om de steden en dorpen heen. De weg slingert wederom door een heuvelachtig landschap en het lijkt alsof wij vandaag de enigen zijn. Die van deze weg gebruik mogen maken.
In de buurt van Obihiro gaan we de expressway op, die voor het grootste deel enkelbaans is. We houden na verloop van tijd maar op met het tellen van de tunnels waar we doorheen rijden. Het zijn er tig.

Rond 15:30 uur gaan we de expressway af en rijden we de drukte van Sapporo in. Van een groene golf hebben ze hier nog niet gehoord, want we rijden van het ene stoplicht naar het andere. We tanken de auto nog een keer vol en leveren ons koetsje dan af bij het verhuurbedrijf. Bepakt met onze rugzakken lopen we in 10 minuutjes naar ons hotel. Ons rondje Hokkaido zit erop.

Hoewel het al wat schemerig wordt, willen we toch nog wel even wat van Sapporo zien. We lopen eerst naar het drukke kruispunt op Tsukisamu dori, dat vlak bij ons hotel ligt. Hier nemen we morgen de metro naar het treinstation van Sapporo. Daarna lopen we door naar de Clocktower. Dit gebouw stamt nog uit de begindagen van Sapporo (1878) en is tegenwoordig een museum. Daarna lopen we naar de TV Tower, een mini Eiffeltoren van 147m hoog. Vanaf deze toren heb je een prachtig uitzicht, maar het is inmiddels zo donker geworden dat we dat niet gaan controleren.

Omdat we vandaag de lunch noodgedwongen hebben overgeslagen (ook langs de snelweg kun je nergens kan stoppen, laat staan dat er een wegrestaurant te vinden is), gaan we eerst maar eens op zoek naar restaurant. Diana spot een klein tentje met veel Japanse tekens en daar gaan we naar binnen. Het kleine restaurantje ziet blauw van de rook, maar het is te leuk, dus we blijven. De gerechten staan op gele papiertjes die aan de muur hangen, maar gelukkig hebben ze toch een klein gedeelte van de menukaart vertaald in het Engels en de rest doen we met de vertaalapp van de serveerster. We laten een aantal gerechtjes komen en spoelen ze weg met een lekker koud Sapporo biertje.
Inmiddels weten we dat de rook in het restaurant niet alleen uit de keuken komt. Het is hier blijkbaar nog heel gebruikelijk om te roken in een restaurant: back to the eighties!

Tegen zevenen zijn we uitgegeten en lopen we terug naar ons hotel. We kijken onze ogen uit op straat; overal gokhallen met pachinko machines (een soort verticale flipperkast), grote felle neon reclames en heel veel restaurants. Het is jammer dat we hier morgen weer weg gaan, maar we zullen zeker nog genoeg van deze gekte in andere steden tegenkomen.

Zondag 21 oktober

Vandaag hadden we een hele dag treinen voor de boeg. Eerst drieënhalf uur van Sapporo naar Shin-Hakodate, dan vierenhalf uur naar Tokyo en als laatste tweeënhalf uur naar Kyoto. Zelfs voor onze begrippen een record-afstand.
Op het grauwe, smoezelige station van Sapporo nuttigen we eerst een ontbijtje en gaan dan op zoek naar het juiste perron. Dat valt vandaag best mee, want op zondag is het ook in Japan erg rustig op een treinstation. De trein staat al te wachten, hoewel het nog een half uur duurt voordat we vertrekken. We zoeken onze gereserveerde stoelen en gooien de rugzakken in de bagageruimte. Wat ons betreft mag de trein vertrekken.

Klokslag 39 minuten na 8 uur vertrekt de trein en al snel blijkt dat Japan geen garantie is voor een smooth ride. De trein schudt en wiebelt als een kermisattractie. Dit kan natuurlijk het gevolg zijn van de aardbevingen, maar het zou ook best kunnen dat de spoorwegwerkers te veel aan de sake hebben genipt. Een Amerikaanse mede-toerist heeft z’n plastic zakje al snel vol gekotst.
De stewardess loopt regelmatig met haar trolley door het gangpad en halverwege de reis nemen wij een bakkie koffie bij haar. Niet zo lekker als van de 7-Eleven, maar ok. Het voordeel van treinreizen is dat je volop van de omgeving kunt genieten zonder steeds op de weg te hoeven letten. Dorpen en steden schieten voorbij en vooral de huizen vallen op. Er is er niet eentje gelijk en ze variëren in kleur van roze tot geel en van groen tot paars. Ze zijn allemaal van het type ‘prefab’, maar dat zal wel goed aardbeving-proof zijn. Overal om ons heen zijn bergen en vulkanen. Hokkaido is echt een gebied voor de natuur liefhebber.
Precies op schema arriveren we om 7 minuten over 12 op het station van Shin-Hakodate.

Op perron 11 zijn we in afwachting van de Shinkansen die ons naar Tokyo moet brengen. We kopen nog wat drinken in de kiosk van het station en ruim een kwartier voor vertrek komt de bullettrain het station binnenrijden. We wachten netjes in de rij tot de deuren van wagon 5 opengaan en nemen dan plaats op rij 6.
Al snel blijkt dat het spoor voor deze hogesnelheidstrein van een heel ander kaliber is. De trein zoeft over de rails en je hebt niet in de gaten dat deze zo hard gaat. Al snel duiken we de langste onderwater tunnel in en steken we over van Hokkaido naar Honshu. Je vraagt je toch af wat er er zou gebeuren als tijdens de laatste aardbeving een paar scheurtjes in de tunnel zijn ontstaan en het water de tunnel inloopt of wat als de stroom uitvalt of …….. Niets van dit alles, want om 13:30 uur rijden we de tunnel weer uit. Het lijkt wel of de Shinkansen alleen over een vlak trace kan rijden, want we rijden meer in een tunnel dan erbuiten.

Om 17:10 uur rijden we het station van Tokyo binnen. Het is inmiddels weer donker dus veel hebben we niet gezien van deze mega-stad. We gaan op zoek naar perron 18 waar onze volgende bullettrain om 17:33 uur zal vertrekken naar Kyoto. We slaan wat snaaiwerk in voor onderweg en nemen plaats op rij 1 van de Hikari 523.
De reis is meer van hetzelfde, maar dan zonder de uitzichten. We merkten in Hokkaido al dat het al vroeg donker is en dat is hier niet anders.
De reis met deze Shinkansen verloopt net zo soepel als de eerste en om 20:10 uur arriveren we in Kyoto. Wat een treinreis!

We moeten met de metro en de lokale trein naar station Omija, maar in de haast stappen we in een verkeerde trein waardoor we een ommetje van 10 minuten maken. Nadat we dit foutje hersteld hebben checken we in bij ons hotel. Hier slapen we de komende 3 nachten.

Een dag treinen maakt hongerig en op Google Maps was er een ramen-restaurant te zien naast het hotel. We gooien de rugzakken op de kamer en gaan op zoek. Heel moeilijk is dat niet want het restaurant zit bijna aan het hotel geplakt. Vanavond gaan we dus voor het eerst aan de ramen-noodles. Om niet te hoeven beschrijven wat ramen-noodles zijn, doe ik hetzelfde als de restaurants doen: een plaatje van de maaltijd. Smakelijk eten.