Zaterdag 18 november
Vandaag gingen we naar Horton Plains en hiervoor hadden we een auto met chauffeur geregeld. We hoefden gelukkig pas om 06:30 uur op, want de chauffeur zou ons om 07:00 uur oppikken. Horton Plains ligt op 30km van Nuwara Eliya en dat is ongeveer een uurtje rijden. Zo hadden we in ieder geval even de tijd om het ontbijtboxje dat we van het hotel hadden meegekregen, op te eten. Dit moest wel op de tast gebeuren, want de zon komt pas rond 06:00 uur op. Als we de broodjes en het sapje naar binnen hebben gewerkt, zie we dat de zon boven de horizon verschijnt. De chauffeur gaat in de ankers en wij kunnen even van een mooie zonsopkomst genieten.

Horton Plains is een nationaal park op een hoogte van 2000 tot 2300 meter. Het landschap bestaat uit, met bossen overdekte bergen en heuvels die ‘s-avonds in nevelslierten worden gehuld. Grote, sprookjesachtige bossen met harige bomen wisselen af met graslanden waar korte stevige grassoorten groeien. De ironie wil dat dit park, dat gewijd is aan bescherming van flora en fauna, genoemd is naar Sir Robert Wilmot Horton, een Britse koloniaal die tussen 1831 en 1837 het olifantenbestand hier eigenhandig heeft gedecimeerd. Vandaag de dag zijn er helemaal geen olifanten meer, maar er leven enkele luipaarden, herten, apen en meer dan 80 vogelsoorten. De herten zijn wat aan de tamme kant, want bij de parkeerplaats eet een groot hert het gras onder je schoenen weg.

We staan iets voor zessen voor de gate van het park en kopen onze tickets. Daarna is het nog 2km rijden naar de parkeerplaats vanwaar de 9,5km lange wandeling vertrekt. Deze wandeling gaat langs een drietal hotspots: Baker’s Falls, World’s End en Little World’s End. Tijdens het eerste deel van onze tocht lopen we vooral tussen de glooiende graslanden. De uitzichten zijn wijds en worden af en toe versierd met een rhododendron boompje. Een enkele keer wordt het grasland onderbroken door een klein spiegelend meertje.

Om de Baker’s Falls te bereiken moeten we een klein bos in. We worstelen ons over een lastig pad met klei-achtige grond en grote keien. Dit is duidelijk geen walk in the park meer. We moeten goed uitkijken waar we onze voeten neerzetten. We doen ruim een half uur over dit betrekkelijk korte stukje. De Baker’s Falls vallen niet mee; we hadden ze wat hoger verwacht, maar met een picknickmand op een kleedje aan de voet van deze waterval kan het best gezellig zijn. Na het flitsbezoek aan de waterval, worstelen we ons het bos aan het andere einde weer uit. Ook nu moeten we weer goed uitkijken dat we niet onderuit gaan. Zonder kleurscheuren bereiken we de rand van het bos en gaan we op weg naar World’s End.

Het landschap blijft glooien, maar we zien nu meer bossen aan de horizon. Onder ons loopt een riviertje dat vredig kabbelend het grasland doormidden snijdt. Omdat de meeste toeristen het rondje andersom lopen, hebben wij hier nu het rijk alleen. We horen de apen schreeuwen en de vogels zingen. We zouden ook hier het kleedje kunnen neerleggen en de picknickmand openklappen, maar daar hebben we geen tijd voor omdat je vroeg bij World’s End moet zijn vanwege het slechte weer dat hier in de loop van de ochtend aanwaait.
Tegen 08:00 uur horen we het eerste geroezemoes van andere toeristen. World’s End zal dus niet ver meer zijn. We volgen nog een laatste smal paadje en staan dan ineens bij een kaap die duizelingwekkend hoog boven een vallei uit torent. Dit is het hoogtepunt van deze wandeling en dat is ook te merken aan de hoeveelheid toeristen die hier foto’s aan het maken is. Hier spreiden we ons kleedje wel uit en nemen het ervan met een krokante graanreep van Bolletje. We volgen de verrichtingen van de aapjes waar we wel dichtbij kunnen komen. Ze maken selfies, springen voor de foto en gaan voor de perfecte foto gevaarlijk dicht bij de afgrond staan. Langzaam droogt de groep toeristen weer op. Zij gaan door naar Baker’s Fall, wij blijven achter om te kunnen genieten van dit prachtige stukje natuur. In de verte hangt een dik wolkendak dat in de loop van de ochtend steeds dichterbij zal komen totdat het de hele kaap heeft opgeslokt. Wij hopen dan alweer in de auto te zitten.

Nadat ook wij uitgekeken zijn op World’s End, gaan we op weg naar het kleine zusje Little World’s End. Het is iets meer dan een kwartier lopen en onderweg komen we nog steeds mensen tegen die op weg zijn naar World’s End. Hopelijk zijn zij nog op tijd. Little World’s End is wat je ervan mag verwachten. Deze kleinere uitvoering van World’s End heeft een minder mooie setting en is kleiner (duh!). We genieten van het uitzicht en van de betrekkelijke rust in vergelijking met World’s End. Veel meer valt er niet over te zeggen. Het is een mooie plek, in het geval World’s End onzichtbaar is vanwege de wolken.

Wij gaan op weg naar de uitgang van het park. Het eerste stuk gaat iets omhoog en we moeten het rustig aan doen omdat het weer van die glibberige klei-achtige grond is. Dan krijgen we nog 1 klauterpartij voor de kiezen, maar die gaat dan wel over prachtige rode glitter-rotsen. Daarna vlakt het pad af en lopen we op ons gemakkie terug naar de plek waar vanochtend alles begon. Er komen nog steeds bezoekers het park binnen, maar dat is voornamelijk lokale bevolking. Voor hun is het weekend, dus ze zullen eerst wel uitgeslapen hebben.

Om 10:00 uur zitten wij weer in de auto en rijden we de 30km terug naar Nuwara Eliya. In PattiPola moeten we bij de spoorwegovergang wachten tot de trein voorbij is. We zien de trein op het station staan (dit is het hoogste treinstation van Sri Lanka) en als we even later de trein, vol met toeristen, voorbij zien komen, bedenken we dat wij morgen in dit zelfde treintje zitten om in Ella te komen. Binnen een uur zijn we weer terug in Nuwara Eliya, waar we netjes bij het hotel worden afgezet. Daar gaan we even nadenken over het middagprogramma.
We drinken bij de receptie van het hotel een bakkie Ginger tea, als we bedenken dat we in dit belangrijke theegebied nog helemaal geen theefabriek of theeveld bezocht hebben. Aan de overkant van het hotel zijn we even wezen kijken bij een aantal vrouwen die bezig waren het onkruid tussen de theestruiken te verwijderen, maar dat is toch wat anders dan thee plukken. We vragen de manager van het hotel even om bij een nabij gelegen fabriek te checken of we daar welkom zijn. Dat blijkt helemaal geen probleem te zijn, dus iets voor enen zitten wij in een tuktuk naar de Labookellie theefabriek.
Onderweg zien we een paar theepluksters die druk bezig zijn hun theemand te vullen. We laten de tuktuk chauffeur even stoppen om een foto te maken. Dat onderdeel van het thee-proces hebben we al gehad. Een paar kilometer verderop zet de tuktuk chauffeur z’n zwarte bolide bij een oerlelijke grijze fabriek neer en regelt dat wij nog kunnen aansluiten bij een rondleiding die net begonnen is.

De customer relations dame van de fabriek legt buiten de fabriek eerst iets uit over het plukken van de thee. Zo vertelt ze dat de bovenste drie blaadjes van een uitloper worden geplukt, behalve voor witte thee, want dan wordt alleen het enkele bovenste uitlopende blad gebruikt. Nu begrijp je alvast waarom witte thee zoveel duurder is dan groene of zwarte. We horen ook dat een theeplukster zo’n 40 euro per maand verdienen als ze minstens 20kg bladeren per dag plukt. We gaan de fabriek in, maar helaas wordt er niet gewerkt in de fabriek. De fabrieksarbeider heeft hier blijkbaar ook recht op een vrije zaterdag.
We worden wel even langs de machines geleidt en krijgen uitleg over het proces. Eerst worden de blaadjes zo’n 12 uur ingedroogd op een enorme hetelucht tafel, daarna worden de blaadjes in een enorme machine gerold waardoor de cellen barsten en het vocht vrijkomt. Dit vocht komt in aanraking met zuurstof, waardoor oxodatie plaatsvindt en de blaadjes van kleur veranderen. Om dit fermentatieproces te stoppen moeten de blaadjes verder gedroogd worden in een heteluchtoven. Daarna wordt de thee gesorteerd;losse thee bestaat uit de grovere deeltjes, terwijl het theegruis in theezakjes terecht komt. Met 2 dagen is het hele proces doorlopen en kan de thee verstuurd worden. Zo, weer wat geleerd.

Als laatste onderdeel van de rondleiding mochten we wat thee proeven en dat kwam goed uit, want we hadden we wel wat dorst gekregen. Er zit enorm veel verschil in smaak tussen de lichtste (minst gefermenteerde) en de donkerste thee. Die laatste is bijna niet te drinken zonder suiker.
Omdat we nog niet geluncht hadden, bestellen we er gelijk een paar vette happen bij. Zo slaan we twee vliegen in een klap. We kijken nog even rond in de souvenirshop, maar wij kunnen er niets leuks vinden. Dan lopen we maar terug naar onze tuktuk en vragen de chauffeur om ons terug te brengen naar het hotel. Onderweg moet de chauffeur nog even stoppen bij een winkeltje waar hij een postzegel haalt (?) en als we dan net weer op weg zijn roept Diana tegen de tuktuk chauffeur: Sir STOP!
Langs de kant van de weg staat een twintigtal theepluksters hun dagopbrengst te wegen en over te hevelen in grote zakken van de fabriek. Dat zijn natuurlijk unieke plaatjes. Dit is een onderdeel uit het theeproces waarover niemand ons nog wat verteld had. Elke theeplukster laat haar zak thee wegen en vervolgens wordt in een schriftje aangetekend hoe goed ze haar best heeft gedaan. Wij maken wat foto’s en kletsen wat met de vrouwen. Na een paar minuten is het allemaal voorbij en zitten wij weer in de tuktuk naar het hotel.

Zondag 19 november
Na een uitgebreid ontbijt (incl. smoothie) in ons hotel, laten we ons door de tuktuk chauffeur van gistermiddag naar het treinstation van Nanu Oya brengen. Dit ligt 15 km verderop en dat is een half uurtje met de tuktuk. Onze trein vertrekt om 09:30 uur, dus we kunnen het enigszins rustig aan doen. Om 09:00 uur komt de trein al aanrijden en we zoeken ons plekje in de 1e klasse. We hebben onszelf maar eens verwend. Stel je er overigens niet te veel bij voor, want de 1e klas rijtuigen van hier staan bij ons op het treinenkerkhof. We hebben wel hele mooie stoelen toegewezen gekregen; helemaal achterin de wagon tegen de achterruit (!) aan. Dit noemen ze hier een observation saloon! Ook nu vertrekt de trein weer precies op tijd.

Dit ritje van Nanu Oya naar Ella wordt het mooiste treinritje van Sri Lanka genoemd, dus de kaartjes zijn meestal helemaal uitverkocht. Je zou dan alleen nog op de dag zelf 3e klasse kaartjes kunnen kopen, maar met een beetje pech heb je dan geen stoel. Wij zaten in ieder geval goed met veel beenruimte en ook nog eens uitzicht rondom. Het eerste stuk van de rit gaat door voor ons bekend terrein. Hellingen vol met theeplanten, zover je kunt kijken. We klimmen behoorlijk en dan verandert de vegetatie ook. Enorme grote eucalyptus bomen krijgen de overhand.

We stoppen regelmatig op kleine stationnetjes, dus een intercity kun je dit niet noemen. Het is elke keer weer een behoorlijke chaos op de stationnetjes. Mensen springen uit de trein en lopen over het spoorom even een versnapering te halen bij een kraampje langs de weg. We stoppen niet altijd om mensen in- of uit te laten stappen. Soms staan we gewoon stil omdat er een trein van de nadere kant moet passeren. Het is nl. allemaal enkel spoor.

Na elke stop is het weer hetzelfde ritueel. De stationschef blaast op z’n fluitje, waarna de machinist z’n toeter een lel geeft. Dan kun je maar beter weer in de trein zitten, want binnen tien seconden komt de trein in beweging. We rijden door donkere tunneltjes en over roestige bruggetjes en delen het spoor met de lokale bevolking die het als voetpad gebruikt. De machinist geeft regelmatig een waarschuwings-toet zodat de mensen even aan de kant kunnen springen, om vervolgens weer op het spoor te springen als de trein voorbij is. Wij kunnen dat heel goed zien via de achterruit. Het is bijzonder om te zien dat alle verrichtingen die nodig zijn bij een treinreisje hier nog handmatig gebeuren. Het signaleren gebeurt met rode en groene vlaggen, het omzetten van de wissels trekt een mannetje z’n handschoenen voor aan en ook de spoorbomen worden door een medewerker omlaag en gehaald en weer omhoog geduwd.
Naarmate we dichter bij Ella komen, komen de wolken dichter naar ons toe. Heel af en toe rijden we zelfs dwars door een wolk heen. Hopelijk is dit geen voorbode van het weer wat ons te wachten staat. Ons treinavontuur duurt 4 uur, dus om 13:30 uur springen we op station Ella uit de trein. We lopen de paar honderd meter naar ons hotel en verzamelen onze was om die aan een wasmachine toe te vertrouwen. Daarna gaan we de stad in (wat hier niet meer is dan 1 hoofdstraat) op zoek naar een restaurant o.i.d.

We komen er snel achter dat Ella anders is dan alle andere dorpen. Hier rijgen de restaurants, bars, hotels en souvenirshops zich aaneen, waar we in andere dorpen soms moeite hadden om een restaurant te vinden, laat staan een bar. Het heeft wel iets van een toeristenbestemming in Thailand of Cambodja. Massages, tattoos, piercing, zeg maar waar je ‘m hebben wil, want hier kan het.
Dat vraagt natuurlijk om een test, maar we beginnen voorzichtig; 1 flesje bier alstublieft!Als we rond 17:30 uur het laatste slokje uit de fles persen, komt er ineens weer zo’n tropische bui beneden. We wilden eigenlijk even terug naar het hotel gaan, maar met dit soort buien is zelfs 100m te ver (weten we uit ervaring). We besluiten dus maar in La Ella Breeze te blijven en hier een bordje eten te bestellen.

Maandag 20 november
Het is inmiddels 3 dagen geleden dat we Adam’s Peak beklommen hebben, maar nog steeds protesteren onze kuiten tegen deze inspanning. We besluiten daarom vandaag niet Ella Rock te beklauteren, maar de eenvoudigere Little Adam’s Peak aan te vallen. Om 08:00 uur staat ons uitgebreide ontbijtje klaar en dat laten we ons smaken. Tegen negenen staan we in de startblokken voor het activiteitenprogramma van vandaag.
Het eerste half uur gaat over een smalle asfaltweg. We moeten af en toe de berm induiken als er een auto langs komt. Dan gaan we een zandpad op dat langs theeplantages loopt. Er zijn plukkers aan het werk en we kijken even of ze het goed doen. Wij hebben er na de rondleiding nl. ook verstand van. De uitzichten vanaf dit paadje zijn al fantastisch, dus we hebben hoge verwachtingen van Little Adam’s Peak. Hoewel deze beklimming maar een fractie is van z’n grote broer, moet het laatste stuk toch weer via trappen beklommen worden. Hier zijn onze kuiten niet blij mee, maar na anderhalf uur staan we dan toch boven.

Little Adam’s Peak stelt niet teleur. De uitzichten rondom zijn prachtig en als je heel goed zuidwaarts kijkt, kun je de zee zien. De top van L.A.P. Is wat langgerekt, dus we wandelen hier ook nog even naar het meest zuidelijke puntje. Onderweg maken we veel te veel foto’s en poseren we af en toe op een spannende rots.We blijven ruim een half uur boven en zijn dan wel toe aan een versnapering. Gelukkig is er een resort om de hoek, dus daar gaan we heen. Als we de trappen naar beneden lopen, komen andere toeristen ons steunend en kreunend tegemoet; ze zouden Adam’s Peak eens moeten proberen!

98 Acres Resort heet het hotelcomplex waar we wat gaan drinken. Het is vernoemd naar de oppervlakte van de kavel waar het op staat. We bestellen een bak thee en een chocolade cake (het lijkt wel vakantie). Na de inspanning van vanochtend kunnen we die calorieën wel gebruiken. Het is een prachtig resort met zwembad en vanuit je kamer heb je uitzicht op L.A.P. Na een half uurtje gaan we op weg voor onze tweede attractie van de dag.
We dalen het zandpaadje langs de theeplantage we af, maar als we halverwege zijn, komt er een tropische bui langs. We rennen naar een hutje dat waarschijnlijk bedoeld is voor de theeplukkers en schuilen daar even onder het afdakje. De bui duurt maar heel even, dus we kunnen snel weer verder. Weer terug bij de asfaltweg slaan we rechtsaf. Als het goed is komt er iets verderop een zandpaadje naar links dat naar de Nine Arch Bridge leidt. Het zandpaadje wordt uiteindelijk een glibberpaadje waar we heel voorzichtig naar beneden gaan. De bui van net werkt niet in ons voordeel.

De Nine Arch Bridge is iconische stenen brug met 9 bogen, en een goed voorbeeld van de Engelse spoorwegwerkzaamheden. Deze spoorbrug is ongeveer 91 meter lang en 24 meter hoog. Over deze brug, die sinds 1921 in gebruik is, tjoekt het treintje van Ella naar Demodara. Interessante gegevens allemaal, maar het is vooral een hele mooie brug in een hele mooie omgeving. We moeten nog een half uurtje wachten voordat de trein uit Ella langs komt, dus lopen we over de brug en gaan in afwachting van de trein wat drinken bij een kraampje dat hier een leuk slaatje slaat uit de dorstige toeristen die hier een fotootje komen maken. Als we de toeterende trein in de verte horen naderen, zoeken we snel positie voor een ultieme foto.

Als de trein de brug over is gaan wij terug naar Ella, maar niet via het glibberige paadje en ook niet met een tuktuk. We lopen over het spoor, zoals de lokale bevolking ook vaak doet. Je past je paslengte aan op de afstand tussen de bielsen en in een heerlijk ritme hobbel je de volgende trein tegemoet. Gelukkig kennen wij het treinschema uit ons hoofd, dus wij lopen geen risico (waarschijnlijk). We ontmoeten een moeder met haar 2 kinderen die ons tegemoet loopt, vrouwen die inkopen hebben gedaan op de markt en ook andere toeristen gaan in omgekeerde richting naar de brug om daar de volgende trein te fotograferen. Koeien grazen langs de spoorlijn en af en toe komen we iets tegen waar mensen zouden kunnen wonen. Ook vanaf het spoor kunnen we genieten van de omgeving en als het duo-treintje uiteindelijk Ella bereikt, lopen we het perron op en gaan terug naar ons hotel.

We zijn onze kamer nog maar net binnen of de eigenaar klopt op de deur. De was is gedaan en die komt hij even afleveren. Alles ruikt weer heerlijk fris, maar sommige kledingstukken lijken een maatje kleiner te zijn geworden. We reorganiseren onze rugzakken en gaan dan weer de straat op. Diana heeft nog een tempeltje op haar lijstje staan en we hebben nog wel wat tijd over.
Op straat charteren we een tuktuk en we gaan op weg naar de Dhowa Rocktemple. Deze tempel ligt ongeveer 6km buiten Ella, dus heel lang hoeven we niet te rijden. Zoals gebruikelijk is er een Dagoba, een Bhodi tree, een gebedsruimte en toiletgebouwen, maar het gaat ons vooral om de 4m hoge, staande Boeddha die hier uit de rots is gehakt. Als je er vlak voor staat heb je pas in de gaten hoe groot dat is. Omdat er overal hekken staan, is de grootste uitdaging het vastleggen van deze kolos. Uiteindelijk lukt dit door de camera op de grond te leggen. Hierna doen we nog een kleine donatie bij een tempeltje en stappen dan weer in de tuktuk.

Dinsdag 21 november
Vandaag zijn we officieel over de helft van onze vakantie. Voor sommigen slecht nieuws, anderen vinden het niet zo erg. Het is vandaag ook weer slingers-dag in het appartement aan de Vrolikstraat in Amsterdam. Wij peuzelen ons ontbijtje op en nadat we de rekening voldaan hebben, lopen we naar de bushalte. Samen met een tiental andere toeristen proppen we ons in de bus naar Matara. We rijden eerst zuidwaarts naar Thanamalwila, waar we moeten overstappen op een bus westelijk naar Udawalawa. De hele rit valt uiteindelijk best mee. Het eerste deel leggen we in minder dan anderhalf uur af, terwijl het tweede deel drie kwartier in beslag neemt. Als we langs een stuwmeer rijden zien we een groep olifanten die hun dorst aan het lessen is. We zijn op de goede weg! We worden aan de rand van Udawalawe, aan de kant van de weg eruit gegooid en wandelen de laatste paar honderd meter naar ons verblijf voor de komende 2 nachten. Ons hotelcomplex bestaat maar uit 2 huisjes, maar ze zien er mooi uit.
Het was bijna 13:00 uur, dus we gingen op zoek naar een plek waar we konden lunchen. We lopen richting het centrum van Udawalawa en komen voorbij de lagere school. Als een groep meisjes uit groep 7/8 (gokje op basis van een meisje dat wij kennen) ons voorbij ziet lopen, beginnen ze naar ons te roepen en trekken ze een sprintje. Ze willen allemaal hun beste Engels laten horen en poseren gretig voor de fotograaf. Terwijl deze klas pauze lijkt te hebben, luistert verderop een klas aandachtig naar de meester. Dit is een goede les in concentreren voor de leerlingen die hier in de buitenlucht de les volgen.

Onze zoektocht naar een lunchplek, bracht ons uiteindelijk bij het Grand Udawalawa Safari Resort. De prijzen in het restaurant blijken net zo chique te zijn als de naam doet vermoeden, maar what the heck.We bestellen een sandwich en wachten met z’n tweeën in een de grote eetzaal af wat er komen gaat.We zijn hier eigenlijk niet (alleen) voor de lunch, maar willen ook het zwembad inspecteren. Je mag hier als buitenstaander voor 1000 roepies de hele dag gebruik van maken en dat lijkt ons een goede optie voor morgen na de safari. De sandwiches worden gebracht en ze zien er prachtig uit en gelukkig smaken ze ook heerlijk. Nadat we onze broodjes opgepeuzeld hebben, lopen we quasi nonchalant langs de receptie van het hotel op zoek naar het zwembad. We hebben het snel gevonden en het voldoet aan onze eisen: water erin en bedjes er omheen.
Na de lunch lopen we terug richting het ‘gezellige centrum’ van Udawalawa, maar net als we de weg oplopen horen we geschreeuw van rechts komen. Het blijkt een boer te zijn die z’n ossen over de weg terug naar de boerderij brengt. Het is normaal gesproken al een zootje op straat, maar dit doet er een schepje bovenop, helemaal omdat de beesies niet al te best luisteren. Voor ons wel een mooie gelegenheid om ons te verdiepen in het fenomeen ‘de os op straat’. Als de boer samen met z’n ossen een klein paadje is ingeslagen, lopen wij verder richting het Olifanten Weeshuis (Elephant Transit Home).

Het Elephant Transit Home ligt aan de andere kant van Udawala en dit is eigenlijk een soort olifanten-Pieterburen. Olifanten die zijn verstoten of een blessure hebben opgelopen worden hier opgelapt zodat ze kunnen terugkeren naar de natuur. De beesten worden vier keer per dag bijgevoerd en dat is een leuk moment om de olifanten van dichtbij te bekijken. We blijken niet alleen te zijn en samen met nog enkele tientallen toeristen nemen we plaats op de staantribune in afwachting van de hoofdrolspelers. De sterren van deze voorstelling laten gelukkig niet lang op zich wachten; vanuit het groene achterland betreden ze de arena en lopen zo snel als ze kunnen richting de plek waar ze van hun begeleiders een jerrycan melk krijgen. Als een olifant genoeg heeft gehad, wordt hij doorgestuurd naar een berg gras, zodat ze allemaal aan de beurt komen. Dat gaat niet altijd zonder protest. Soms trompettert een olifant omdat hij meer melk wil.

Nadat we dit spektakel een half uurtje hebben gade geslagen, gaan we nog even naar het nabij gelegen stuwmeer. Hier zou je nl. een aardige zonsondergang kunnen hebben. We nemen eerst waterijsje en een bakkie thee bij een kraampje naast het olifanten weeshuis en gaan dan weer op pad. Als we bij het meer aankomen zien we dat de zonsondergang er vandaag niet inzit; te veel bewolking. We hebben toch een beetje mazzel; op een steenworp afstand loopt een grote groep olifanten richting de rand van het stuwmeer. Als dit een voorproefje is van wat we morgen tijdens de safari kunnen verwachten, dan zijn wij tevreden.

Woensdag 22 november
Vanochtend ging de wekker om 05:30 uur, want vanochtend gaat Ari op safari. Eerst een geïmproviseerd ontbijtje en dan komt ons pausmobiel al aanrijden. We proppen nog snel een banaantje naar binnen, slurpen de te hete thee o en stappen dan in ons 6-persoons verkenningsvoertuig. We blijken het voertuig voor ons zelf te hebben, dus als het erop aankomt kunnen we van links naar rechts en van voor naar achter springen om het wild te bewonderen.

Om 06:00 uur zijn we bij de ingang van het park en kopen de toegangskaarten. Opnieuw een aanslag op het budget, net als bij bijna alle andere toeristische hotspots en opnieuw zijn we niet de enige toeristen (in een pausmobiel).We gaan in colonne op pad, maar al snel scheiden de wegen van de voertuigen. Er leiden blijkbaar meerder wegen naar een olifant. De olifant wordt niet onze eerste jachttrofee. Het is Jeroen, poserend op een tak van een dode boom, die we als eerst vastleggen. We zullen vanochtend merken dat de pauw (pavo cristatus) zeer goed vertegenwoordigd is in het Udawalawa National Park. Voor vogelaars is het sowieso een park om niet te missen; voordat we bij onze eerste olifant zijn, zien we nog een mooie adelaar (spilornis cheela) een koppeltje neushoornvogels (anthracoceros coronatus).

De eerste keer dat je een olifant spot is altijd weer bijzonder, maar hier staan we er zo dicht op dat je hart sneller gaat kloppen. Samen met een 2-tal andere jeeps volgen we een mannetje dat een deel van z’n dagelijkse 150kg voedsel naar binnen aan het werken is. In Kenia waren de chauffeurs altijd doodsbang om (te) dicht bij een olifant te komen, maar hier is dat niet het geval. Misschien is de Aziatische olifant wel wat goedaardiger. Wij hebben in ieder geval 1 olifant van dichtbij gezien. Op naar meer!

De zandpaden in het park hebben ook te lijden gehad onder de vele regen die er gevallen is. Er zijn zelfs paden waar onze chauffeur niet overheen kan/durft, vanwege de diepe modderpoelen. Ondanks dat, worden we achterin af en toe behoorlijk heen en weer geschut en heeft de wagen soms behoorlijk wat moeite met de modderpoelen waar we doorheen moeten. Bij ons geploeter worden we gadegeslagen door een groepje ooievaars (mycteria leucocephala) en je hoort ze denken: ga dan door de lucht. Plots staan we dan weer stil. Er staat een groepje olifanten aan de kant van de weg. Ook zij zijn bezig met de belangrijkste dagtaak van de olifant: eten. De olifanten lijken zich maar weinig van ons aan te trekken. Ze kauwen lekker door en als ze aan de andere kant van de weg groener gras zien staan, steken ze vlak voor de auto’s over. We hebben in ieder geval gekregen waar we voor kwamen: olifanten!

Na deze close encounter slingeren we verder het park in en komen we bij een ondergelopen deel van het park. Hier schetteren oneindig veel watervogels, waaronder de ijsvogel (alcedo atthis) die we een paar keer een poging zien doen om een vis te vangen. Met een snelle vleugelbeweging hangt het blauwe vogeltje even stil in de lucht, om zich vervolgens als een kamikaze op een nietsvermoedende vis te storten. In deze waterplas neemt een grote groep waterbuffels hun noodzakelijkbad. Eén van de buffels had zich wat afgescheiden van de rest. Waarschijnlijk was hij z’n zwembroek vergeten.

We vervolgen onze weg en gaan iets verderop aan het water kijken hoe een paar vissers in hun bootje probeert een maaltje vis binnen te halen. De mannen zitten met z’n drieën, achter elkaar in een smal bootje met stabilisatiestang en halen vol verwachting hun net binnen. Als er een vis inzit houdt de voorste visser deze triomfantelijk naar ons omhoog. Hierna verlaten we de waterkant en gaan weer de bush in. Al een paar minuten later zien we onze volgende prooi: de gouden jakhals (canis aureus). Ze zijn zelfs met z’n vieren en waarschijnlijk op zoek naar een makkelijke maaltijd. Hierna gaan we naar een hooggelegen plek in het park waar we een prachtig uitzicht hebben over het park.

Hierna is het tijd om terug te rijden, maar zo af en toe trapt de chauffeur toch weer op de rem. We stoppen nog een paar keer voor wat olifanten, we zien Jeroen z’n dansje doen en we worden gewezen op een enorm groot nest, hoog in de boom, waar een stelletje visarenden de wacht houdt. We ontwijken nog een leguaan die de weg oversteekt, maar dan komt de onvermijdelijke uitgang in zicht. Het is inmiddels 10:15 uur en na 4 uur hobbelen in onze pausmobiel zijn we wel toe aan een ontbijtje.
Bij het hotel wordt in razend tempo ons ontbijt bereid. Dit keer geen continental breakfast, maar een Sri Lankaans ontbijt met pannekoekjes gevuld met kokos en honing, hoppers met ei en chilikokos en toast met groentevulling. Heerlijk als je een beetje uitgehongerd bent. Na het ontbijt gaan we even naar onze kamer. Helaas is de stoom uitgevallen, dus de verkoeling van de airco kunnen we vergeten. Het is best een grote overgang van Ella naar Udawalawa; we zijn 2000m afgedaald, maar hebben er 10 graden bij gekregen. Het is van die vochtige warmte die alle energie uit je lijf zuigt.
Nadat de oudjes een uurtje op bed hebben gelegen, is het tijd voor serieuze verfrissing. We trekken de zwembroek aan en gaan naar het hotel waar we gisteren geluncht hebben. Daar zoeken we plekje bij het zwembad, waar we de hele middag blijven. Het koele water van het zwembad is heerlijk verfrissend bij deze temperaturen. Zelfs wanneer het wolkendek wat dikker wordt en er wat spatjes vallen, gaan wij niet weg bij het zwembad. Tijdschriftje erbij, drankje besteld en een zak winegums; wat wil je nog meer?
