Maleisië, Brunei en Singapore 4

Dinsdag 7 oktober

Om 08:00 uur aan het ontbijt, het lijkt wel uitslapen! Het busje van Han Travel dat ons naar Jerantut moet brengen haalt ons pas om 10:00 uur op en dan kunnen we zelfs even op ons kleine terrasje zitten.

We vertrekken mooi op tijd met een volle minibus met bijna allemaal Nederlanders om ons heen. Da’s wel anders dan op Borneo of in Brunei. Even op je woorden passen dus.
Na ruim een uur zijn we weer in Jerantut waar we overstappen in een grotere bus. Om 11:30 uur rijden we weg richting de Cameron Highlands. 

Het verhaal van de Cameron Highlands begon in 1885, toen de Britse expeditieleider William Cameron het gebied ontdekte en zijn naam eraan gaf. De Britten zagen het potentieel van het koelere klimaat en de vruchtbare grond, wat leidde tot de ontwikkeling van grote theeplantages, die deze plek nog steeds kenmerken. De regio werd een geliefde vakantiebestemming voor kolonisten en tegenwoordig vooral Maleisiërs en Singaporezen. 

Rond 13:00 uur maken we een korte lunchstop, wat noedels, colaatje, en zoetigheid voor een euro. Dat kunnen we lang volhouden.

De weg naar de Cameron Highlands slingert tussen het laaggebergte door en we klimmen steeds een beetje verder omhoog. Cameron Highlands ligt nl. op een hoogte van 800m tot 1600m.
Het is best een mooie rit vanachter het busraam. Hoewel op het eerste stuk vnl. palmolie plantages te zien waren zien we na de lunch vooral bos en bergen. Het groen langs de weg zou niet misstaan in Taman Negara.

Om 13:45 uur bereiken we de gebiedsgrens van de Cameron Highlands. Je kunt maar één keer een eerste indruk maken, zeggen ze. Wel, de eerste indruk van de Cameron Highlands is geen beste. In de buurt van Bertam Valley staat alles vol met lelijke plastic kassen, ook de bergwanden zijn helemaal vol gezet met die troep. Het was de Engelsen in de 19e eeuw al duidelijk dat het klimaat zich hier goed leent voor wat tuinbouw, maar dat hebben ze nu wel wat overdreven. Gelukkig is de horizonvervuiling plaatselijk en verdwijnt alles snel uit zicht als we Bertam Valley achter ons laten.

Het laatste half uurtje naar Tanah Rata (1440 m) zien we de eerste theevelden verschijnen, de belangrijkste trekpleister voor deze regio. Ze liggen er prachtig bij, maar we zijn hier dan ook in een hele goede periode voor al dat groen!

Vanaf het busstation in Tanah Rata is het maar een paar honderd meter naar ons hotel, maar het is wel een paar honderd meter omhoog. We hoeven er niet lang over na te denken en bestellen een Grab die ons voor een paar duppies voor de lobby afzet.
Inchecken, rugzakken op de kamer en dan weer naar benden om een Grab te nemen naar de theevelden van Bharat een paar kilometer buiten het dorp. Het is heerlijk weer dus die kans laten we niet schieten.

We kopen voor 80 cent een armbandje dat je toegang geeft tot de theevelden. We hebben natuurlijk wel vaker tussen de theevelden gestaan, maar het ziet er elke keer weer prachtig uit. Ook hier zijn golvende heuvels vol met theestruikjes een lust voor het oog.

We wandelen kris-kras langs de theevelden en schieten veel te veel foto’s, helpen wat giebelende meiden aan een leuke foto en maken een toeristische selfie. Hoewel het hier nog steeds zo’n 25 graden is voelt het veel aangenamer aan dan de voorgaande weken. Hier hoef je geen klamme, warme deken over de schouders mee te sleuren en dat loopt veel lekkerder.

Rond 16:45 uur laten we de theevelden achter ons en bestellen een Grab naar Tanah Rata, althans dat dacht ik. Iets te snel een adresje ingetikt en je komt zomaar in een ander dorp uit. Gelukkig hadden we een bijdehante chauffeur waardoor de rit nog op tijd kon worden aangepast.

Terug in Tanah Rata lopen we gelijk even langs het busstation om buskaartjes voor de rit naar Penang te kopen. De gehaaide verkoopster praat ons een extra luxe bus aan voor die rit van 5 uur. Het kost maar een euro extra dus die gok nemen we.

Na een paar dagen zonder een serieuze bak koffie duiken we eerst bij Kenangan Coffee naar binnen waar we een kop vers gemalen koffie bestellen, heerlijk!
Na deze verkwikkende bak leut lopen we we langs de winkeltjes en restaurants aan Jalan Besar. Door de vele Indiase restaurants krijgen we spontaan trek. We gaan bij Highlands Spice zitten en bestellen een paar gerechten en ook hier likken we onze vingers er weer bij af!

Woensdag 8 oktober

In tegenstelling tot ons oorspronkelijke plan, hebben we besloten om hier géén trail te gaan lopen. We hoorden dat er slechts één trail open is en toen we de foto’s daarvan zagen werden we niet heel erg enthousiast. We hebben de afgelopen weken al zulke mooie trails gelopen dat dit wel eens een tegenvaller kan worden.
Tijd voor wat anders en dat anders is het Mossy Forrest geworden en dan niet het Mossy Forrest dat 95% van de toeristen hier bezoekt en dat makkelijk bereikbaar is via een vlonderpad, maar ‘the real’ Mossy Forrest waarvoor je moet klauteren en klimmen.
We hebben om 08:30 uur afgesproken met de eigenaar van Mossy Travel dus alle tijd om ons uit te leven aan het overdadige ontbijtbuffet bij ons hotel.

Het enige dat Mossy kan verpesten is het weer en toen we vanochtend naar buiten keken zagen we geen hand voor ogen. Geen hand voor ogen is misschien wat overdreven, maar we konden de reling van ons balkon nauwelijks zien en dat balkon is net groot genoeg om een paar schoenen te laten drogen.
Nadat we ons tegoed hadden gedaan aan het ontbijtbuffet bleek gelukkig een deel van de wolken verdwenen. Dat is het mooie van het weer in de bergen, het kan snel omslaan.
We halen de camera en nog wat andere attributen voor Mossy van de kamer en dan zien we de eerste zonnestralen alweer door het wolkendek prikken. Perfecte timing!

Meneer Mossy van Mossy Travel was mooi op tijd bij ons hotel en het is maar een kwartiertje naar de start van onze wandeling, of laten we het een klim noemen want we moeten wel weer een bergje op.
Jeep geparkeerd, spullen mee en we gaan op pad. We schrikken van de eerste meters want zo’n steile klim hebben we deze vakantie nog niet voor de kiezen gehad. Gelukkig is het maar een klein stukje, maar als dit een voorbode is van wat gaat komen dan krijgen we het nog lastig.

Tijdens de beklimming van het eerste bultje is het al gelijk genieten van mooie bemoste bomen. Onze camera maakt overuren totdat meneer Mossy zegt dat we de batterij beter kunnen sparen voor als we straks bij Mossy Forrest komen. Wat we nu om ons heen zien stelt blijkbaar niets voor dus we volgen zijn advies maar op.

De eerste bult is eigenlijk alleen bedoeld om van het uitzicht op Mt. Brinchang te kunnen genieten. Mt. Brinchang is met iets meer dan 2000m de hoogste berg in de Cameron Highlands. We bereiken de top van de bult zonder kleerscheuren en het uitzicht is prachtig, zeker nu er net een wolk over de top van Mt. Brinchang heen hangt. Hier gaan onze camera’s weer los en meneer Mossy vindt het maar wat fijn om wat foto’s van ons samen te maken.

Dan is het tijd voor deel 2 van deze tour: op naar Mossy Forrest. Het klauteren begint nu ook serieuzere vormen aan te nemen en zeker voor de mensen in onze groep met wat kortere benen zijn die klauterpartijen een uitdaging.

Meneer Mossy begint zich ook steeds meer op z’n gemak te voelen want hij begint een spervuur met weetjes en vraagjes op ons af te vuren. Zo wijst hij ons op bladeren die door de oorspronkelijke Orang Asli bevolking gebruikt werden om een soort energydrink te maken, een soort voorloper van Red Bull dus. Hij wrijft ons ook wat blaadjes onder de neus die naar Tijgerbalsem ruiken en jawel daar maakten de oorspronkelijk bewoners een zalfje van dat goed hielp tegen stramme spieren. Hij vertelt ons van alles over het gebruik van bamboe als blaaspijpje om wild te schieten, hij laat ons rotan zien en vindt het jammer dat de huidige generatie liever plastic of aluminium stoelen heeft, er komt een verhaaltje over de ‘vleesetende’ planten, over slangen, over schone lucht, over de mens die de natuur naar de kl*te helpt en dan zijn we nog niet halverwege. Het onderdeel vraagjes zou het goed doen als tv-programma en we krijgen het idee dat meneer M hier het meeste plezier aan beleeft. Wat is het sterkste dier, welk dier heeft de grootste mond, wat is het gevaarlijkste dier, welk dier heeft de beste ogen, welk dier heeft………

Op deze manier kletst meneer Mossy ons langzaam naar het Mossy Forrest. Dit betekent niet dat het vanzelf gaat, want we zijn nog niet eerder zo smerig geworden. Onze schoenen zitten onder de modder en een deel van de modder heeft inmiddels ook onze broeken bevuilt. Onze handen zijn zwart van het klauteren en we moeten maar hopen dat de camera het overleeft.

Na anderhalf uur bereiken we dan ‘the real’ Mossy Forrest en we kijken onze ogen uit. Het is net of je in een Hobbit-verhaal terecht bent gekomen, dat er zo ergens een knobbelig figuur tevoorschijn komt. Mysterieus ook wel, maar vooral een schitterend stukje natuur. We maken uit alle hoeken foto’s en ook meneer Mossy laat zich niet onbetuigd, hij wil wel even een serietje foto’s van ons in het Mossy Forrest maken. Ach, je kan er nooit genoeg van hebben.

Omdat er ook nog een deel 3 aan deze tour zit beginnen we langzaamaan aan de terugweg. Goed uitkijken dat je niet uitglijdt of wegzakt in de modder, houvast zoeken als er weer een enorme stap moet worden genomen. Uiteindelijk overleven we deze tocht en zijn we na 2 uur weer terug bij de jeep.

Voor het laatste onderdeel gaan we naar de BOH theeplantage. BOH, wat staat voor Best of Highlands, is de oudste theeproducent van Maleisië en tevens de grootste.  
Meneer Mossy slingert z’n jeep via het smalle weggetje omhoog naar de teafactory en halverwege parkeert hij de oude rammelbak aan de kant van de weg zodat we wat foto’s kunnen maken én dat geeft hem de gelegenheid om wat thee-feitjes te vertellen. Wist je dat de theeplantages van BOH niet meer met de hand geplukt worden, wist je dat de struikjes al bijna honderd jaar oud zijn, wist je dat BOH alleen maar black tea produceert en wist je dat de theestruikjes nooit water krijgen, maar dat ze wel door een vliegtuigje worden besproeit met ‘Pokon’. Weer een hoop geleerd vandaag!
Na een paar foto’s (ook weer door meneer Mossy) rijden we helemaal naar boven, naar het viewpoint van de BOH plantation. Er is hier ook een restaurant dus we gaan eerst even wat drinken, een bakkie thee, hoe origineel! 

Vanaf het restaurant heb je ook weer een mooi uitzicht op de theeplantage dus we ‘klikken’ weer een paar keer. Hierna lopen we naar de tea-shop en kopen een paar gram BOH-thee voor onze souvenirkast. Dan lopen via een lange trap naar de parkeerplaats waar meneer Mossy de jeep heeft geparkeerd en zit onze tour erop. Meneer Mossy brengt ons terug naar Tanah Rata waar wij eerst gaan proberen onze schoenen en broeken een beetje schoon te krijgen.

Na zoveel inspanning hebben we wel een vette hap verdient, maar waar vind je een vette hap in Tanah Rata? Oh, da’s toevallig daar zit Cafe Amsterdam en wat staat er op de menukaart? PATATJE OORLOG!!! Dat gaat erin als Ketellapper! Het smaakt voortreffelijk!

De rest van de middag doen we niet zoveel. Koffie, lunch, een beetje door de hoofdstraat flaneren en dan is het alweer tijd voor een Teigetje en een hapje eten. Morgen stappen we weer in de bus naar een volgende bestemming.

Donderdag 9 oktober

Onze bus naar Georgetown vertrekt pas om 10:00 uur dus alle tijd om een goede bodem te leggen voor deze rit. Na het ontbijt checken we uit en lopen we op ons gemakkie naar het busstation.

Onze bus staat er al en nadat de rugzakken onderin zijn gegooid zoeken we onze stoelen. Het zijn luxe, brede stoelen waar we het wel 5 uur op kunnen volhouden. Kost een paar cent (extra) maar dan heb je ook wat.
Alle passagiers zijn mooi op tijd en voor tienen uur zijn we al op weg. Tanah Rata uit, Brinchang door, Kea Farm en Tringkap volgen. Het zijn niet de mooiste kilometers, veel bouwprojecten en ook weer die lelijke kassen die de bloemen, aardbeien en andere groenten moeten beschermen tegen de tropische regenbuien.

Tegen elven slaan we linksaf richting Kuala Lumpur en Ipoh. Vanaf dat moment worden we weer verwend met het uitzicht op mooie, weelderige bossen om ons heen. Bovendien gaat het dan ook downhill dus schieten we lekker op.

Om 11:30 uur bereiken we een volgende grote kruising waar we door de tolpoort gaan en de snelweg opdraaien die deels om Ipoh heen gaat. Dan is het ook tijd voor de eerste plaspauze. Om 12:10 uur stoppen we dan even op het Meru Raya busstation bij Ipoh om wat passagiers uit te laten stappen en nieuwe passagiers in te laden. Nog snel even de tank bijvullen en om 12:30 uur gaan we dan weer verder.
Het landschap wordt steeds vlakker en de palmolie plantages krijgen de overhand. Het is nu kwestie van kilometers aftellen en lekker blijven zitten in de comfortabele fauteuils.

Om 14:00 uur steken we de 24km lange Sultan Abdul Halim Muadzam Shah brug over naar Penang eiland. Wel een beetje verrassend want we dachten dat we zouden worden afgezet in Butterworth aan de andere kant van het water. Weer een taaltechnisch misverstand, maar dit keer duidelijk in ons voordeel.

De staat Penang bestaat uit het eiland Pulau Penang en Seberang Perai dat op het Maleisisch schiereiland ligt. Op het eiland ligt de hoofdstad George Town en daar staat ons hotel voor de komende nachten.
Wij hebben ons Georgetown voorgesteld als een stad(je) met schattige huisjes, maar nu we de skyline zien lijkt het wel of we Kuala Lumpur naderen. Georgetown is blijkbaar behoorlijk uit z’n voegen gebarsten.

Georgetown werd in 1786 gesticht door kapitein Francis Light namens de Britse East India Company, met de bouw van Fort Cornwallis als eerste stap. De stad bloeide op als een belangrijke Britse haven en een toegangspoort voor handel tussen India en China. Door de handel en immigratie werd Georgetown een fascinerende mix van Chinese, Indiase en Maleise invloeden. 

Om kwart over twee zijn we bij de Sungai Nibong Bus Terminal en een paar minuten later zitten we al in de Grab met voor het eerst (!) een vrouwelijke chauffeur. Ons enthousiasme werd wel wat minder toen we zagen dat ze tijdens het rijden TikTok filmpjes aan het kijken was op haar telefoon die op het stuur geplakt zit, maar ach, vrouwen kunnen meerdere dingen tegelijk! Bij een filmpje hoort een zak chips en die was ze op haar gemak aan het leegknabbelen.
De lucht is grijs, maar de temperatuur is weer naar 35 graden gestegen. Tijdens het ritje met de Grab zien we zelfs regenspetters op de voorruit. 

We checken in bij het hotel en nadat we onze spullen naar de kamer hebben gebracht gaan we weer op pad. De regenspetters drogen sneller dan ze vallen dus daar hebben we geen last van. We lopen eerst naar het Hin Bus Depot. Dit voormalige busdepot van Hin Company Ltd is tegenwoordig een cultureel centrum met kunst en evenementen. We lopen er even naar binnen en bewonderen de aanwezige kunst.

Waren we net gewend geraakt aan de heerlijke temperatuur bij de Cameron Highlands, moeten we nu weer een versnellinkje terugschakelen in de warmte van Georgetown. Na het bezoek aan het Hin Bus Depot dus eerst maar wat drinken bij het naastgelegen Bricklin Cafe.

Het is net 16:00 uur dus we hebben nog wel tijd om een stukje Georgetown te verkennen. Het oude centrum van Georgetown is niet te vergelijken met de skyline die wij zagen toen we kwamen aanrijden met de bus. Veel oude laagbouw in verschillende kleuren en overal cafés en restaurantjes. De oude straatjes worden opgefleurd met veel street-art, iets waar Georgetown bekend om staat. De street-art in Georgetown wordt ook regelmatig ‘aangekleed’ met attributen zoals een echte fiets of schommel.

Om een uurtje of vijf begint het wat harder te regenen. We duiken bij Black Kettle naar binnen voor een drankje, in de hoop dat het zo wel beter zal worden. Dat bleek valse hoop want een uur later regent het nog. We besluiten dan maar bij Wheeler’s in Lovers Lane wat te gaan eten want dat is niet te ver lopen in deze regen.

Vanaf ons tafeltje zien we de regen alleen maar heftiger worden dus terug naar het hotel wandelen is geen optie. er zit niets anders op dan opnieuw een Grab te laten komen. Hopelijk zijn de weergoden ons morgen gunstiger gezind.

Vrijdag 10 oktober

De weergoden waren niet in een al te slechte bui want het is droog als we uit het raam kijken. Dat biedt perspectief voor vandaag!
Eerst ontbijten en het lijkt erop dat we het beste voor het laatst hebben bewaard. Het buffet ziet er op-en-top uit én we kunnen Egg Benedict bestellen (en verse jus, pannekoeken, alle ei-creaties die je kunt bedenken, …..). We gaan er maar eens goed voor zitten.

Na het ontbijt gaan we op pad om de buskaartjes voor de rit naar Kuala Lumpur te regelen. De kantoortjes van de verschillende busmaatschappijen zitten niet ver van ons hotel dus dat is een makkie. We kiezen voor de bus van Billion Stars Express, klinkt wel lekker.

We gaan vanochtend eerst naar de Clan Jetties. In de 19e eeuw kwamen er veel Chinese immigranten uit de provincies Fujian en Guangdong naar Maleisië. Om de Britse grondbelasting te omzeilen vestigden zij zich aan de waterkant. Elk van de verschillende jetties werd genoemd naar de Chinese clan die er woonde. Er zijn zes verschillende jetties te vinden aan de rand van Georgetown en iedere jetty heeft zijn eigen tempel.

Omdat we zien dat het nog niet zo druk is op straat maken we een kleine omweg via een paar populaire muurschilderingen mét hulpmiddelen. We komen langs Umbrella Alley waar je gisteren over de hoofden kon lopen en waar nu een handjevol meiden iets voor Instagram aan het creëren is.

Iets verderop zitten 2 girls op een bike en omdat er op dit moment nog niemand geïnteresseerd is in deze street-art kan ik wel even achterop springen. 
We komen vervolgens langs andere bekende kunstwerken zoals Cat in RGB, Three Girls Mural, Hoola Hoop Basketball en Brother & Sister on a Swing. Diana kan zich bij die laatste niet inhouden en gaat even meeschommelen.

In het straatbeeld van Georgetown kun je zien dat er veel Chinese immigranten zijn geweest en de afstammelingen bepalen nog steeds het beeld in Georgetown. Niet alleen de oude gebouwen staan vol met Chinese tekens ook veel van de huidge business is nog heel Chinees. Als je niet beter wist zou je in een Chinese stad kunnen staan.

We zijn nu niet ver van de ferry terminal en dus ook niet ver van de Clan Jettys. We gaan eerst naar de Lim Jetty waar het rustig is, bijna geen toeristen en geen winkeltjes of restaurantjes. Dan naar de naastgelegen Chew Jetty waar het het tegenovergestelde is: elke ‘woning’ is omgebouwd tot souvenirstalletje of winkeltje en de Chinezen vinden het prachtig. Wij gaan gauw een jetty verder. Tan Jetty, Lee Jetty en Yeoh Jetty, we lopen overal even de steiger op.

Het is inmiddels elf uur en het weer kan het best beschreven worden als zonnig en heet! We ervaren de eerste uitdrogingsverschijnselen dus gaan snel op zoek naar een versnapering. Even in de airco bij The Maker met een liter water, 2 koppen koffie en een heerlijke cinnamon cake!

Na deze ravitaillering is het tijd voor ons gelovig uurtje, maar eerst komen we nog langs Boy on Motorbike waar we even een ritje maken. Deze interactieve muurschildering is van Ernest Zacharevic die ook het cultureel centrum bij Hin Bus Depot heeft opgezet.

Dan gaan we eerst naar de Kapitan Keling moskee, de oudste moskee in Georgetown, die prachtig afsteekt tegen de blauwe lucht. Het is vrijdag, dus helaas gesloten voor bezoek, zelfs voor ons.

Iets verderop is de Sri Mahamariamman tempel. Deze oudste Hindu tempel in de staat Penang werd gebouwd in 1833. De goden en godinnen boven de ingang van de tempel zijn zoals altijd erg kleurrijk.
Nog wat verder is de Tempel van de Godin van de Genade, maar waarschijnlijk voor iedereen beter bekend als Kuang Yin Teng. Dit is een boeddhistische tempel die werd gebouwd in 1800 en daarmee de oudste Chinese tempel is in de staat Penang. Hier kunnen we wel naar binnen en het is een prachtige, kleurrijke tempel. We komen op een goed moment want er worden net voedselpakketten en geld uitgedeeld. Perfect timing! Zonder gekheid; het is mooi om te zien hoe hier men hier voor elkaar zorgt.

Met volle buik en portemonnee lopen we dan naar de 19e eeuwse Anglicaanse kerk van St. George. Ook dit is een recordhouder want het is de oudste Anglicaanse kerk in Zuidoost-Azië. In 2023 is deze kerk zelfs gepromoveerd tot pro-kathedraal. Ook hier bekijken we even het interieur en dan zit het gelovig uurtje erop.

Onze volgende stop is The Blue Mansion, maar ook wel bekend als de Cheong Fatt Tze Mansion. Cheong Fatt Tze was een Chinese immigrant die van een armoedige achtergrond opklom tot een van de rijkste mannen van Zuidoost-Azië. Het huis werd eind 19e eeuw gebouwd cf. Feng Shui en was bedoeld als familieresidentie. Het huis doet nu dienst als een hotel.

Voordat we beginnen aan onze volgende expeditie gaan we bij een restaurantje op de hoek van de straat zitten en bestellen we wat te drinken. Het is inmiddels kwart over twaalf dus we hebben wel weer wat verdient.

Onze laatste bestemming voor vandaag is de Chinese Kek Lok Si tempel aka Tempel van Opperste Gelukzaligheid. Deze tempel werd in 1890 net buiten Georgetown (Air Itam) gesticht door de monnik Beow Lean. Hij was naar Maleisië gekomen om donaties te werven en vond een lokatie met een gunstige Feng Shui (hé alweer). De bouw duurde tot 1905 en en de tempel groeide uit tot de grootste Boeddhistische tempel van Maleisië. Latere abten breidden het complex uit met de Pagode van de Miljoen Boeddha’s en het 36m hoge beeld van Kuan Yin, de Godin van Genade. Het complex strekt zich uit over meerdere niveaus op een heuvel en met de hitte van vandaag moeten we behoorlijk aan de bak. De eerste niveaus doen we nog heel stoer met de trap, maar voor de klim naar Kuan Yin nemen we een lift.

Op de weg naar beneden zien we zelfs een fotoshoot voor wat een authentieke Chinese trouwerij lijkt te zijn, maar het zou ook voor een reclamefoldertje kunnen zijn. We hebben het helaas niet kunnen vragen.

We vermaken ons een uurtje bij deze tempel en gaan dan terug naar het hotel, kleden ons om en gaan dan de stad in. Eerst een biertje bij Micke’s Place en dan wat eten bij Wheeler’s (ja, alweer).

Zaterdag 11 oktober

Omdat het gisteren zo’n heerlijke zonnige dag was hebben we het grootste deel van ons Georgetown-programma al afgedraaid. Dat lijkt een goede keus want vanochtend is het een bewolkt. 
Er hoeven nog maar een paar vinkjes gezet te worden en als eerste gaan we nog een keer naar het Hin Bus Depot. In het weekend is hier een culturele markt hadden we gelezen dus na het het ontbijt (wederom jammie, jammie) rechtsaf de Jalan Penang op en dan bij de kruising de Jalan Gurdwara in. Bij het Hin Bus Depot zien we dat we niet goed opgelet hebben, want de culturele markt begint pas om 11:00 uur. We hebben even rond gekeken bij de voorbereidingen en daar zagen we dat het vooral een markt is van kleding, zelf gebreide poppen en andersoortig huisvlijt waar wij niet op zitten te wachten.

We zetten het vinkje en lopen iets door naar de grote Penang Nagarather Sivan Tempel. We lopen een rondje bij deze prachtige tempel met de oude tempelarchitectuur. We ademen een paar minuutje de vredige sfeer in en gaan dan naar de overkant waar het veel minder vredig is.

De Autobots zijn geland op het plein naast de McD. Hebben ze zin in een bakkie koffie bij de McCafe? Ik probeer de vrede te bewaren en schud de hand van Bumblebee, lid van de Autobots én de trouwste bondgenoot van Optimus Prime die overigens iets verderop staat. Optimus Prime lijkt wat te zijn afgevallen dus misschien is dat de verklaring dat ze naast de McD staan. Eind goed al goed, geen vuur en vlam dus wij kunnen verder.

Inmiddels prikt de zon weer wat door de wolken heen en dat brengt Diana op een goed idee: we gaan naar het strand. We hebben al een paar strandjes gezien deze vakantie, maar dat was meestal als idyllisch plekje aan het eind van een zware trail. We gaan nu naar Batu Feringghi Beach met stoeltjes en strandtentjes, parasolletjes en zitzakken.
We laten ons afzetten bij Bayu Senja Beach Café en lopen daar het prachtige strand op. Helaas is alles nog gesloten dus we besluiten eerst maar een strandwandeling te maken. Het is nog heel rustig op het strand en dat geeft ons wel mooi de gelegenheid om wat leuke strand-foto’s te maken. We lopen helemaal naar het einde van het strand en keren dan weer om.

De zon heeft inmiddels weer de hoofdrol opgeëist en dat merken we aan onze bezwete kleding. Na een uurtje op het strand gaan we op zoek naar een strandtent die open is. We komen terecht bij Summer Sea Cafe waar we een plekje in de schaduw van een parasol vinden.
We zijn de eerste gasten en bestellen wat te drinken met een heerlijke wafel. Goede keus, even op adem komen en mensen kijken.

Inmiddels is een tiental Japanse meiden (of eigenlijk jonge vrouwen) bij de strandtent komen zitten en die hebben het erg naar hun zin. Ze bestellen wat cocktails en gaan die natuurlijk vastleggen voor hun socials. Even later beginnen ze ook elkaar vanuit alle hoeken te fotograferen en dan niet met lange broek en ijsmuts op, maar laat ik zeggen ‘schaars gekleed’. Het is een enorm spektakel en ze worden steeds wilder. Als Diana vraagt waar ze vandaan komen zegt de brutaalste ‘we are from Japan and we not shy’. Dat laatste was inmiddels wel duidelijk.

Iets na enen stappen we weer op en gaan we terug richting Georgetown. We laten ons bij Gurney Plaza, een grote shopping-mall, afzetten en na een rondje langs de dure merkzaken lopen we de laatste 3 kilometer terug naar georgetown.

We gaan niet in een rechte lijn naar het hotel want we bezoeken nog even de Thaise Wat Chayamangkalarm. Deze Boeddhistische tempel werd in 1845 gesticht op een stuk land dat door koningin Victoria was geschonken. In de tempel bevindt zich een 33 meter lange, vergulde, liggende Boeddha, een van de grootste ter wereld. Er staat ook nog een vier verdiepingen hoge hoge pagode bij de tempel, maar deze pagode is pas in 2010 toegevoegd. Rond de tempel staan grote draken en wachters en wie in Thailand is geweest zal dit bekend voorkomen.

Aan de andere kant van de straat staat de Burmese Dhammikarama Tempel. Deze Boeddhistische tempel is zelfs nog ouder. De tempel werd gesticht in 1803 (maar formeel geregistreerd in 1828) en is de enige Burmese tempel in Penang en de oudste in heel Maleisie. De staande Boeddha in deze tempel is 10 meter hoog en wordt bewaakt door mythische leeuwachtige beelden. Het gouden dak glinstert in de late middagzon. Het is niet zo moeilijk om hier een paar mooie foto’s te maken.

We lopen de laatste 2 kilometer naar ons hotel en doen weer een verkleedpartijtje. Als we weer een beetje zijn bijgekomen gaan we de stad in om een hapje te eten. We landen in Lebuh Carnarvon aan een plastic tafeltje op straat. Deze straat staat bekend om z’n food-stalls en dat willen we natuurlijk niet missen. Diana gaat voor de beste (en bekendste) gekookte noodles en ik neem de kip met rijst. Het smaakt zo goed dat ik nog een 2e portie bestel!

Zondag 12 oktober

We gingen wat eerder ons bed uit want om 08:00 uur moesten we bij het kantoortje van Billion Stars Express zijn voor de shuttle naar het busstation, zo stond op het papiertje dat de ietwat stugge medewerker ons had meegegeven.

Zoals altijd en ondanks wat regendruppels, zijn wij op tijd, maar de chauffeur van het shuttlebusje had waarschijnlijk een andere tijd doorgekregen want hij kwam pas tegen 08:30 uur aankakken. Nadat hij even had uitgerust van zijn enerverende start van de dag gaan we een paar minuten later op pad in zijn rammelbus.

Op het busstation wordt ons verteld dat we niet de bus van 09:00 uur hebben, maar van 09:30 uur. 
Hebben we net een paar stoelen bemachtigd in de wachtruimte, vraagt een mannetje naar onze tickets en moeten we met hem meekomen naar de bus, een bus van Alibaba en niet van Billion Stars Express. We dubbelchecken of het wel de juiste bus is en stappen dan in de extreem luxe dubbeldekker bus met brede leren stoelen.

09:10 uur zijn we op weg, maar al snel blijkt dat we naar Butterworth rijden. Dat is een stop waar die stugge van het kantoortje ons niets over verteld had. Ach, we hebben de tijd!
Op het busstation van Butterworth pikken we een extra passagier op en kunnen we weer verder. Dan gaat m’n telefoon! Het is die stugge die in gebrekkig Engels vraagt waar we zijn. Ik alles uitleggen in mijn gebrekkige Maleis, en dan laat hij weten dat het wel ok is. Overtuigend klinkt het niet. We hadden waarschijnlijk toch in een andere bus moeten zitten.

Heel blij zijn we nog niet met de bus waar we nu in zitten want pas om 10:15 uur rijden we weg uit Butterworth. We zijn dus vijf kwartier verder en nog niet veel opgeschoten.
Eenmaal op de snelweg gaat het dan best lekker en dommelen we wat in de luxe stoelen. Vlak voor Ipoh gaat de chauffeur ineens op de rem en zet de bus op de vluchtstrook. Gelukkig geen ‘pech onderweg‘, maar het lijkt erop dat hij heeft gecheckt of er in Ipoh passagiers moeten worden opgehaald. Het antwoord zal ‘nee’ zijn geweest want we vervolgen onze weg naar KL. 

Iets voorbij Ipoh maken we een plas-/lunchstop van 20 minuten. Snel naar de pot, dan wat curry-hapjes en fruit naar binnen werken en verder. Nog 165km naar KL. 
Om 14:50 uur lopen we vast in het verkeer van KL, maar toch valt het laatste stukje mee. We checken om 15:30 uur in bij het hippe, kleurrijke Wolo hotel.

Nadat we ons van de rugzakken hebben ontdaan lopen we naar het winkelcentrum aan de andere kant van de straat voor een hapje en drankje. We zitten in de wijk Bukit Bintang die bekend staat om de chique winkelcentra. Daar willen we wel wat van zien dus we maken rondje door de mierenhoop van mensen. Megagrote reclames proberen je over te halen een lekker luchtje te kopen

Omdat binnenkort het Hindu feest Deepavali begint beconcurreren de malls elkaar met de mooiste rangoli. Dit zijn tekeningen die worden gemaakt met gekleurde natuurlijke materialen zoals rijst(meel). Wat een werk moet het zijn om zo’n grote tekening te strooien.

Omdat we maar een kilometer van de Petronas Twintowers af zijn besluiten we daar heen te lopen. We komen langs heel veel wolkenkrabbers want daar hebben ze er hier genoeg van, maar we lopen ook een stukje door het KLCC park waar toevallig een hardloopwedstrijdje wordt gehouden. 

We gaan bij een bar onder de twintowers zitten, bestellen een drankje en kijken naar de enorme bedrijvigheid.
Om 18:30 uur gaan we een hapje eten bij het drukke Little Penang Kafé. Nadat we lekker hebben zitten nassen van de nasi is het tijd om de twintowers ‘by night’ te gaan bekijken. 

We wurmen ons tussen de selfie-makerij door en maken dan ook een foto van de twintowers. Jammer dat die twee ervoor staan. De twintowers zijn dan niet langer de hoogste torens van KL, het zijn zeker de mooiste! 

Maandag 13 oktober

Onze belangrijkste taak voor vandaag (en vandaag is onze laatste reisdag!) is het veilig stellen van de Batu Caves. Dit is de derde keer dat we in KL zijn en we kunnen deze grotten niet weer aan onze aandacht laten ontsnappen.

De Batu Caves zijn een van de bekendste religieuze en toeristische bezienswaardigheden van Maleisië en liggen net buiten Kuala Lumpur. Ze bestaan uit een reeks kalksteengrotten waarin belangrijke hindoeïstische heiligdommen zijn gevestigd.

De grotten zijn ongeveer 400 miljoen jaar oud en werden oorspronkelijk gebruikt door de Temuan, een inheemse stam van de Orang Asli. In de 19e eeuw werden ze (her)ontdekt door westerlingen. De naam ‘Batu’ komt van de Sungai Batu, een rivier die in de buurt stroomt. 

In 1891 veranderde een Indiase handelaar genaamd K. Thamboosamy Pillai de Batu Caves in een hindoeïstisch heiligdom. Hij wijdde de belangrijkste grot (de ‘Temple Cave’) aan Lord Murugan, de Tamil god van de oorlog en overwinning, die vooral in Zuid-India en Sri Lanka wordt vereerd. Sindsdien is het een belangrijk pelgrimsoord voor Tamil-hindoes.

De Batu Caves zijn wereldwijd bekend om het jaarlijkse Thaipusam-festival, dat meestal in januari of februari plaatsvindt. Tijdens Thaipusam brengen pelgrims offers aan Lord Murugan om dankbaarheid te tonen of boetedoening te doen. Veel gelovigen dragen een ‘kavadi’, een versierde draagstructuur of metalen frame, soms met haken of spiesen die in de huid worden geplaatst, als teken van devotie en opoffering. Duizenden mensen lopen de 272 kleurrijke trappen op naar de hoofdtempel, vaak blootsvoets. Lord Murugan himself houdt de boel hier goed in de gaten want een 42,7 meter hoog Murugan-beeld (de grootste in de wereld) staat naast de trappen.

Wij houden onze schoenen aan als we de trappen naar de Temple Cave beklimmen (maar zijn wel netjes gekleed). De trappen zijn overigens pas in 2018 geverfd, als onderdeel van een renovatie. De kleuren zijn toegevoegd om de spirituele betekenis van de trappen te benadrukken, zeggen ze, maar het is waarschijnlijker dat het gedaan is om de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten. Dit staat toch veel leuker op social media.

Over de toeristische aantrekkelijkheid hoeven ze zich geen zorgen te maken, want we zijn zeker niet de enige toeristen bij de grotten vandaag. Maar het zijn niet alleen de toeristen die op een gemiddelde maandag de grotten bezoeken. Gezinnen met kinderen lopen de trappen ook op om in de voor hun zo belangrijke Temple Cave te komen.

Vele gelovigen komen in deze belangrijkste grot een offer brengen en sommigen worden beloond met een korte ceremonie en een bloemenkrans om de nek. We kijken onze ogen uit want er spelen allerlei tafereeltjes af in de Temple Cave.

Na anderhalf uur dalen we de trappen weer af en gaan we op zoek naar een koffiebar. Even bijkomen in de airco en dan naar het treinstation voor de terugreis naar KL. Om 13:15 uur staan we op KL Sentral.

Er zijn niet zoveel vinkjes meer te zetten in KL dus we doen het heel rustig aan en met de verzengende hitte in de stad is dat wel zo lekker. We lopen naar The Exchange TRX een nieuwe mall met een grote hoeveelheid aan merkwinkels. Niet dat we ruimte in de rugzak hebben voor wat extra kleren, maar het is zo lekker koel in de malls. We maken gelijk van de gelegenheid gebruik om daar te lunchen. 

Na een uurtje of zo lopen we terug naar onze stam-mall Pavilion KL en zoeken daar een tafeltje voor een verkoelend drankje.
Om half vijf gaan we dan even terug naar ons hotel om alvast wat zaken in te pakken voor vanavond. Een uurtje later gaan we de straat weer op om een hapje te eten.
Voor dat laatste avondmaal gaan we naar Jalan Alor, dé foodstreet van Kuala Lumpur. Vanwege het aanstaande vertrek uit dit fantastische land zijn we wat aan de vroege kant, maar de vuurtjes branden al volop. 

We gaan zitten bij Meng Kee Grill Fish omdat het daar al lekker druk is. Geen blanke te zien, maar vooral Chinezen lijken dit restaurant uit te kiezen en dat is (meestal) een goed teken. We nemen plaats op de gammele plastic stoeltjes en bestellen een paar gerechten. Het is een vreemd gezicht, de oude betonnen gebouwen aan Jalan Alor omgeven door de hoogste en nieuwste wolkenkrabbers van KL.

Zoals gebruikelijk komen de gerechten niet gelijktijdig, maar gelukkig zit er niet heel veel tijd tussen het opdienen van de verschillende gerechten. Alles smaakt voortreffelijk, goede keus dus!
Het wordt steeds drukker op het terras en er worden veel zeevruchten besteld, grote krabben en joekels van garnalen worden opgediend.

Om 19:15 uur lopen we nog een keer naar Paviljon om daar bij Illy een heerlijke bak koffie te drinken. Dan is het tijd om terug te gaan naar het hotel. Nog even een douchen, onze rugzakken inpakken en de Grab naar de luchthaven bestellen.
Het ritje naar de luchthaven duurt 50 minuten en we worden precies voor de goede deur afgezet. De rijen voor het inchecken zijn 4 uur voor de vlucht al aanzienlijk, maar 40 minuten later zijn we dan ingecheckt.
Op de luchthaven hebben we wat moeite om wat te kunnen drinken. De ene tent neemt alleen nog cash aan (hebben we opgemaakt) een andere tent gaat sluiten (maar over een half uur weer open). Gelukkig kunnen we bij de Burger King nog een colaatje op de kop tikken. Het is inmiddels 00:00 uur, over vijf kwartier beginnen ze met boarden.

Dinsdag 14 oktober

Het boarden van den Airbus. A380 lijkt altijd wel wat chaotisch, maar dat is ook niet gek met zoveel passagiers. Ondanks dat vertrekken we exact op tijd van Kuala Lumpur International Airport.

We konden ons opmaken voor een vlucht van bijna zeven uur. Veel valt er niet te melden over de vlucht, het was frisjes aan boord, er zaten vooral Chinezen en Duitsers om ons heen en voor de rest was het een een-tweetje tussen ons en het goede entertainmentsysteem.

Twee uur voor de landing gaat de verlichting weer aan en wordt begonnen met het ontbijt. Omelet, broodje, fruit, yoghurt en een bakkie thee, dat smaakte lekker.

We landen om 05:05 uur lokale tijd op de luchthaven van Dubai, gaan door de security-check, naar de wc en drinken een bakkie koffie bij Gahwa Mezze Bar.
We hebben drie uur de tijd in Dubai, maar daar blijven er maar twee van over omdat Emirates een uur voor de vlucht al begint met het boarden van een A380.

Hier weer dezelfde procedure als op KLIA en keurig op tijd rijden we bij de gate weg. Over Emirates hebben we niets te klagen. Altijd op tijd, ruimes stoelen en goede beenruimte en het eten smaakt voortreffelijk. Dit keer zitten een viertal Nederlandse meiden om ons heen die Bali onveilig hebben gemaakt. Nadat ze wat aan huidverzorging hebben gedaan en het ontbijt naar binnen hebben gewerkt gaan ook bij hun de oogjes dicht en keert de rust weder.

We vermaken ons weer met het entertainmentsysteem en ook wij slapen een beetje. Om 11:00 uur (inmiddels Nederlandse tijd) wordt de lunch geserveerd en dan gaat het snel. Om 13:15 uur staan we weer op Nederlandse bodem. De douane-scan gaat snel, maar onze rugzakken laten op zich wachten want die liggen blijkbaar op het laatste karretje. Dan naar het treinstation waar we horen dat er door een ongeval minder treinen rijden tussen Amersfoort en Apeldoorn (herhaling van de heenweg). In Amersfoort staat het perron propvol, maar de trein naar Apeldoorn rijdt weer. Helaas is het de eerste trein na een aantal uitgevallen treinen dus de treinstellen zijn stampvol, het lijkt wel een veewagen. Om 15:45 uur staan we weer in Apeldoorn en staat de Grab met Cor en Marga al klaar.

4 gedachten over “Maleisië, Brunei en Singapore 4”

  1. Wat een schitterende foto’s van de busch en theeplantages, maar het was wel een avontuur om daar zo te moeten glibberen en klauteren over modderige paden, maar jullie zijn echte doorzetters en geven niet op.
    Maar dat street art is ook schitterend dat is toch wel echte kunst, ja we volgen jullie op de voet, want het is genieten van jullie avontuurlijke reis.
    Lieve groetjes van ons beiden.‍♀️

  2. Zo. Even een aantal dagen bij gelezen. Wat een prachtige verhalen en foto’s weer. Genieten zeg.
    Groeten vanaf Samosir Eilad

Laat een antwoord achter aan Daniëlle Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *